Schrift in Uitvoering
+ Oude Testament + Deuterocanonieke boeken + Nieuwe Testament
Exodus
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40
Ex. 22
22:21 Een vreemdeling zul je niet verdrukken 1)
je zult hem niet kwellen
want vreemdelingen zijn jullie geweest in het land Egypte.
22 Geen enkele weduwe of wees zul je onderdrukken.
23 Als je die toch onderdrukt
en als die het uitschreeuwt tot mij
dan zal ik werkelijk gehoor geven aan hun 2) geschreeuw
24 en mijn toorn zal ontbranden
en ik zal jullie ombrengen met het zwaard.
Dan zijn jullie vrouwen weduwen
en jullie kinderen wezen!
25 Als jullie geld uitlenen aan [mensen van] mijn volk
aan de ellendige naast jullie
dan mag je tegenover hen niet als schuldeiser optreden
je mag hem geen rente opleggen.
26 Als je de mantel van je naaste als pand meent te moeten nemen
dan moet je die voor zonsondergang bij hem terug bezorgen.
27 Die is immers zijn enige dek
- zijn mantel voor zijn huid -
Waarin moet hij zich anders te slapen leggen?
Zeker, als hij tot mij schreeuwt
zal ik hem gehoor geven
want ík ben genadig.
31 Heilige mensen zullen jullie voor mij zijn. 3)
Vlees op het veld, van een verscheurd dier, zullen jullie niet eten,
voor de honden 4) zullen jullie het gooien

121-27 vertaling door Karel Deurloo
2Suffix masc. sing.: de weduwe of de wees; vandaar 'hun'.
3vertaling door Joep Dubbink
4Hebr. sing., collectief opgevat.