Schrift in Uitvoering
+ + Oude Testament + Deuterocanonieke boeken + Nieuwe Testament
1 Koningen
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22
1Kon. 3
3:5 In Gibeon liet JHWH zich `s nachts in een droom aan Salomo zien 1)
en God zei:
Vraag wat ik je zal geven:
6 Salomo zei:
U bent zelf zeer solidair geweest met uw dienstknecht mijn vader David
omdat hij voor uw aangezicht een weg van trouw, van rechtvaardigheid
en van oprechtheid van hart ten aanzien van u bewandelde.
U bent zeer solidair met hem gebleven
en u heeft hem een zoon gegeven die op zijn troon zit
juist op deze dag
7
Welnu JHWH mijn god
u heeft zelf uw dienstknecht koning gemaakt in plaats van mijn vader David.
Ik ben zelf echter een kleine jongen
ik zou niet weten hoe ik naar buiten of naar binnen zou moeten gaan.
8
Uw knecht nu staat te midden van uw volk dat u uitgekozen heeft
een groot volk dat niet geteld en niet opgetekend kan worden omdat het zo groot is.
9
Geef dan uw dienstknecht een hart dat gehoor geeft
om over uw volk recht te kunnen spreken
om onderscheid 2) te kunnen maken tussen goed en kwaad
want wie kan dit moeilijke 3) volk van u de juiste richting wijzen?
10 Het gesprokene nu was goed in de ogen van de HEER
[namelijk] dat Salomo dit gevraagd had.
11 God zei tot hem:
Omdat je dit gevraagd hebt
en je voor jezelf geen veelheid van levensdagen hebt gevraagd
je voor jezelf geen rijkdom hebt gevraagd
en je niet gevraagd hebt om het leven van je vijanden,
maar je voor jezelf de gave van het onderscheid hebt gevraagd
om gehoor te kunnen geven aan 4) wat recht is,
12
kijk, ik zal doen naar je woord
kijk, ik geef jou een wijs en onderscheidend hart
zo dat er als jij 5) geen vóór jou geweest is
en na jou geen als jij zal opstaan.
13
Ook wat je niet gevraagd hebt, zal ik je geven
zowel rijkdom als eer
zodat er onder de koningen geen mens zal zijn zoals jij
al je dagen.
14
Wanneer je mijn wegen bewandelt
door mijn voorschriften en mijn geboden in acht te nemen
zoals je vader David gedaan heeft
dan zal ik je levensdagen verlengen.
15 Toen ontwaakte Salomo
en kijk, het was een droom geweest.
Hij stond op, 6) kwam naar Jeruzalem
en ging voor de ark van het verbond van de HEER staan.
Hij liet brandoffers opstijgen en bracht vredeoffers
en richtte een festijn aan voor al zijn dienstknechten.

1vertaling door Karel Deurloo
2In het grondwoord van het Hebreeuwse woord dat hier gebruikt wordt, gaat het woord bjn, `tussen´ schuil, dat ik weergeef met 'onderscheid´.
3Letterlijk: zware, gewichtige.
4Of: oor te kunnen hebben voor. In het onmiddellijk volgende verhaal, dat over de twee hoeren, blijkt Salomo goed te kunnen horen en daarom goed recht te spreken.
5kamocha: (wel-)als-jij is geen/niemand in plaats van niemand/niet-als-jij. Dus van mij liever iemand-als-jij-niet dan niemand-als-jij-wel. Met dank aan Wim Vroon.
6Op grond van LXX ingevoegd.