Schrift in Uitvoering
+ + Oude Testament + Deuterocanonieke boeken + Nieuwe Testament
2 Kronieken
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36
2Kron. 1
1:7 In die nacht liet God zich aan Salomo zien. 1)
Hij zei tot hem:
Vraag wat ik je zal geven.
8 Salomo zei tot God:
U bent zelf uitermate solidair met mijn vader David geweest
en u heeft mij koning gemaakt in zijn plaats.
9
Nu, JHWH, God, laat uw woord voor mijn vader David betrouwbaar blijken
want u heeft mij zelf koning gemaakt over een volk
dat even ontelbaar is als het stof van de aarde.
10
Nu, geef me wijsheid en kennis
zodat ik voor dit volk uit kan uittrekken en thuiskomen
want wie kan dit grote volk van u richting geven? 2)
11 God zei tot Salomo:
Omdat dit het is wat je na aan het hart lag
en je niet gevraagd hebt om rijkdom aan bezittingen 3) en luister
of om het leven van hen die je haten
en je evenmin om vele levensdagen gevraagd hebt,
maar omdat je om wijsheid en kennis voor je gevraagd hebt
zodat je richting kunt geven aan mijn volk
waarover ik je als koning heb aangesteld,
12
[daarom] zijn de wijsheid en de kennis je [al] gegeven.
Rijkdom, bezittingen en luister zal ik je geven
zoals de koningen die er voor jou waren niet hebben gehad
en [de koningen] na je niet zullen hebben.
13 Salomo kwam van 4) de hoogte te Gibeon
naar Jeruzalem van voor de tent van samenkomst
en hij was koning over Israël.

1vertaling door Evert van den Berg
2Het Hebreeuws heeft hier sjafat, wat rechtspreken kan betekenen, maar ook `richten´, richting geven. Een andere mogelijkheid: op het rechte pad houden.
3Vertalingen komen hier met een drieslag: rijkdom, bezittingen en aanzien. Het Hebreeuws heeft als tweede lid een meervoudig woord dat volgens HAL in het Middel-Hebreeuws alleen in het meervoud voorkomt, maar in het Laat-Hebreeuws een enkelvoudige vorm naast zich heeft. Als vertaling geeft HAL `rijkdom´. Omdat er onder `-sj-r een verbindingsteken staat, vat ik de twee woorden op als een constructus verbinding. In vs. 12 is er wel een drieslag.
4MT labamá, dus met het voorzetsel l, dat volgens HAL inderdaad vanaf kan betekenen. Een alternatief is l lokaal op te vatten: vgl. de vertaling-Segond: Salomon – qui se trouvait au haut lieu de Gabaon – vint à Jérusalem. Een andere mogelijkheid is dus: Salomo, die zich op de hoogte te Gibeon bevond, kwam naar Jeruzalem.