Schrift in Uitvoering
+ + Oude Testament + Deuterocanonieke boeken + Nieuwe Testament
Jesaja
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66
Jes. 40
40:1 Troost, troost mijn volk 1)
- zegt jullie God -
2 spreek tot het hart van Jeruzalem
en roep tot haar
dat ze haar diensttijd heeft volbracht
dat haar schuld is geboet
dat ze uit de hand van JHWH heeft ontvangen
dubbele vergelding voor al haar zonden.

3 Hoor wie daar roept:
Maak in de woestijn een weg vrij voor JHWH
effen in de steppe een baan voor onze God.
4 Ieder dal moet zich verheffen
iedere berg of heuvel moet zich vernederen
wat hobbelig is moet vlak worden
wat vol glooiingen is, een vallei.
5 Openbaren zal zich de heerlijkheid van JHWH
en alle vlees tezamen zal het zien
want de mond van JHWH heeft het gesproken.

6 Hoor wie daar zegt: Roep!
Dan zegt iemand: Wat zal ik roepen?
Alle vlees is gras
en al zijn innemendheid als een veldbloem.
7 Het gras is verdord
de bloem is verwelkt
want de adem van JHWH heeft daarover gewaaid.
- Zeker, gras, dat is het volk.
8 Het gras is verdord
de bloem is verwelkt
maar het woord van onze God
houdt voor altijd stand.

9 Jij, beklim een hoge berg
vreugdebode Sion!
Verhef je stem met kracht
vreugdeboodschapster Jeruzalem!
Verhef die, vrees niet
zeg tot de steden van Juda:
Daar is jullie God!
10 Zie, daar komt mijn here JHWH in sterkte
Zijn arm, die heerst!
Zie, hij heeft zijn loon bij zich
zijn resultaat gaat voor hem uit:
11 als een herder weidt hij zijn kudde
de lammeren houdt hij in zijn arm
hij draagt ze aan zijn boezem
de zogende schapen begeleidt hij.

12 Wie meet 2) de wateren met zijn holle hand
peilt de hemel met een handspan 3)
vat het stof der aarde met een maatbeker 4)
weegt de bergen met een balans
de heuvels met een weegschaal?
13 Wie peilt de geestkracht van JHWH
wie is de man aan wie hij zijn raadsbesluit te kennen geeft?
14 Met wie beraadslaagt hij
om hem inzicht te geven 5)
om hem te beleren over het pad van het rechtsgeding 6)
om hem kennis te leren
om hem de weg van het inzicht te kennen te geven?

15 Naties, die zijn als een spat 7) uit een schep-emmer
als een stofje op een weegschaal gelden ze.
Eilanden, die wikt hij als vlokjes.
16 De Libanon 8) is niet genoeg om in brand te steken
het wild ervan niet genoeg voor het brandoffer.
17 Alle naties zijn als niets tegenover hem
als nihil, nietigheid 9) gelden ze voor hem.
18 Met wie willen jullie El 10) vergelijken
wat voor gelijkenis op hem toepassen?

19 Het godenbeeld [soms] 11) dat de ambachtsman giet
dat de edelsmid met goud overtrekt
met zilveren kettingen van de edelsmid?
20 Ebbenhout 12) als wijgave
hout dat niet verrot kiest men uit.
Een kundig ambachtsman zoekt men zich
om het beeld vast te zetten
zodat het niet wankelt.

21 Wil 13) je het dan niet weten?
Wil je het niet horen?
Werd het jullie niet aangezegd van de aanvang af?
Heb je geen inzicht gekregen in de grondvesten van de aarde?
22 Hij die boven de schijf der aarde woont
– haar bewoners zijn als sprinkhanen –
die de hemel uitspant als een sluier
– hij spreidt die uit als een tent om in te wonen –
23 hij is het die notabelen laat worden tot niets
de richters der aarde als waren ze nietigheid.
24 Nauwelijks zijn ze geplant
nauwelijks gezaaid
nauwelijks wortelt hun twijg in de aarde
of hij blaast al over hen, zodat ze verdorren.
Een storm neemt hen op als stro.

25 'Met wie wil je mij vergelijken, dat ik hetzelfde zou zijn?'
zegt de Heilige.
26 'Hef je ogen omhoog en zie;
Wie heeft dat alles geschapen?
Hij die hen tellend 14) de schare ervan laat uittrekken
en ze allemaal roept bij name!
Van die machtige veelheid
die krachtige drom 15)
wordt er niet eentje vermist.'
27 Waarom zeg je, Jacob, en spreek je, Israël: 16)
Verborgen is mijn weg voor JHWH en aan God gaat mijn recht voorbij.
28 Weet je het niet, heb je het niet gehoord?
Een eeuwig God is JHWH, die de uiteinden der aarde schept.
Hij wordt moe noch mat, zijn inzicht is onpeilbaar.
29 Aan de vermoeide geeft hij kracht, de krachteloze geeft hij meer volharding.
30 Zelfs jongelingen worden moe en mat, jongemannen struikelen zeker!
31 Maar wie hopen op JHWH krijgen nieuwe kracht,
zij slaan de vleugels uit als arenden.
Zij rennen en worden niet moe, zij gaan en worden niet mat.

1vertaling van Karel Deurloo
2Qatal > performatorisch: presens. Inleiding tot het grote rechtsgeding van JHWH met de volken: zijn scheppende ingreep in de geschiedenis. Vgl W.A.M.Beuken, Jesaja II a [POT], 33vv. Zijn exegese is van groot belang voor de vertaling.
3De maat van duim- tot pinktop van de gespreide hand.
4De inhoud van de 'driemaat' is onbekend.
5Anders dan NBV: Wie wordt er in het beraad betrokken.
6Rechtsgeding: vgl. Jes. 41,1 ; Jes. 50,8 ; Jes. 53,8 ; Jes. 54,17 .
7Zo Naardense Bijbel: beeldend!
8De bosrijke Libanon als altaar (anders dan de parafrase van de NBV).
9Vgl. Gen. 1,2 'Tohoe wa-bohoe'
10אֵ֑ל = JHWH. Ev. 'God' . De Oppergod wordt hier geïdentificeerd met JHWH.
11Kennelijke toevoeging, aangehaakt aan 'gelijkenis' (vers 18). Daarom met '[soms ]' en als vraagzin vertaald. Deze moeilijke passage is opgevat als de vervaardiging van het beeld en zijn houten sokkel. (Vgl. geheel andere parafraserende weergave van de NBV).
12Hapax legomenon: kwestieus. Uit de exegetische voorstellen is gekozen voor ebbenhout vanwege het verband: hout dat niet rot. (Sommigen ontdekken twee beelden, een gegoten en een houten).
13yiqtol, modaal vertaald.
14JHWH als 'sterrenherder' (vgl. herder van zijn volk, 40,11). Bij name roepen, tellen: vgl Ez. 34 ; Joh. 10 etc.
15Slaat m.i op het sterrenheer en niet op JHWH (NBV)
16vertaling van Pieter Lugtigheid