Schrift in Uitvoering
+ Oude Testament + Deuterocanonieke boeken + Nieuwe Testament
Jesaja
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66
Jes. 41
41:17 Berooiden en armen zijn op zoek naar water
maar het is er niet
hun tong is verdroogd van dorst.
Ik, JHWH, ga hun tegemoet komen/hen verhoren
Ik, de god van Israël, zal hen niet in de steek laten.
18 Op kale vlakten ga ik rivieren tevoorschijn laten komen,
in valleien bronnen.
De steppe ga ik tot een oase maken,
dor land tot waterwellen.
19 In de steppe ga ik ceders 1) poten, acacia's, mirten, olijfwilgen,
in de woestijn zowel cipres als pijnboom en taxus, bij elkaar! 2)
20 opdat ze met elkaar zullen zien en erkennen,
vaststellen en doorhebben
dat de hand van JHWH dit gemaakt heeft,
de Heilige van Israël dit geschapen heeft.

1Het blijft een hachelijk ondernemen met botanische namen bekend/in gebruik in een west-Europees, dus niet-subtropisch, land de bomen hier door DtJes opgesomd te benoemen. Opmerkelijk is dat de vertalingen het over de eerste drie (vier) (v.19a) in hoge mate eens zijn. Vertaaltraditie? Voor de laatste drie (v.19b) is dat in veel mindere mate het geval. Op (nog) lossere schroeven komt de vertaling te staan als men zich verdiept in enige geschriften aan de bijbelse flora gewijd. Bijvoorbeeld: Fauna and Flora of the Bible. Helps for Translators, vol. XI (United Bible Societies, 1972); Hendrik Izaäk de Smit, Nefesj chajjá, levende ziel. Dierenleven in Israël [etc.] (Val-thermond, 1974) p.374; Daan Smit, Planten uit de Bijbel [etc.] (Nijkerk, 1992); Michael Zohary, Het plantenrijk van het land van de Bijbel (Zwolle, [s.a.]) Gelukkig is deze vertaalproblematiek voor de vertolking niet doorslaggevend. Hoewel? Zohary stelt de vraag waarom er acacia's "naar een plaats moesten waar ze al in overvloed voorkwamen"! "Dit laat zien hoe moeilijk het is de vele planten waar de profeet Jesaja het over heeft, van de juiste naam te voorzien". (p.116) En: "in Jes 41:19 (...) wordt de acacia genoemd als een boom die de woestijn een ander uiterlijk zal geven. Maar de woestijn wemelde juist van de acacia's, wat de vertaling erg onwaarschijnlijk maakt". (p.15)
2יַחְדָּֽו komt alleen al in dit hoofdstuk vier maal voor, lijkt een motiefwoord dat niet, zoals in eerdere gevallen, onvertaald mag blijven. BDB vertaalt zelfs als een vorm van benadrukking all together. Opm. wlp