+ + Oude Testament + Deuterocanonieke boeken + Nieuwe Testament
Marcus
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 58 %
Mar. 1
1:1 Begin 1) van het evangelie van Jezus Christus.
2 Zoals geschreven staat in Jesaja de profeet:
zie, ik zend mijn bode voor je aangezicht, 2)
die je weg zal bereiden;
3
't geluid van een roepende in de woestijn 3):
maak de weg van de Heer klaar, 4)
maak zijn paden recht.
4 En het geschiedde:
Johannes doopte in de woestijn,
en verkondigde een doop van bekering
tot vergeving van zonden;
5 en heel het Judese land
trok naar hem uit
- ook de Jeruzalemmers allemaal -
en lieten zich dopen door hem
in de rivier de Jordaan,
onder het belijden van hun zonden;
6 en Johannes was gekleed in kamelenhaar,
en een leren gordel had hij om zijn middel,
en hij at sprinkhanen en wilde honing;
7 en hij verkondigde en zei:
Na mij komt hij die sterker is dan ik,
ik, die niet geschikt ben om te bukken
en de riem van z'n sandalen los te maken;
8
ik doopte jullie met water
hij zal jullie dopen met heilige geest.
9 En het geschiedde in die dagen:
Jezus kwam van Nazareth van Galilea
en werd gedoopt in de Jordaan door Johannes,
10 en direct toen hij uit het water opkwam
zag hij de hemelen zich scheuren
en de geest als een duif neerdalen op hem.
11 En het geschiedde:
een stem uit de hemelen [die zei] 5):
jij bent mijn zoon, de geliefde,
in jou heb ik welbehagen.
12 En 6) gelijk 7) drijft 8) de geest hem uit naar de woestijn.
13 En hij was veertig dagen in de woestijn,
(waar) hij verzocht werd door de satan,
en hij was bij de wilde dieren
en de engelen dienden hem.
14 Na het uitleveren 9) van Johannes,
ging Jezus naar Galilea en verkondigt 10) het evangelie van God.
15 En zeggend 11): de tijd 12) werd vervuld 13)
en het koninkrijk van God is nabijgekomen 14).
Bekeert u 15) en gelooft 16) in het evangelie.
16 Terwijl 17) hij langs het Meer van Galilea liep,
zag hij Simon en Andreas, de broer 18) van Simon,
bezig hun netten in het Meer van Galilea uit te werpen.
want ze waren vissers.
17 Jezus zei tot hen:
Kom 19), mij achterna
en ik zal jullie maken tot vissers van mensen.
18 Meteen lieten zij hun netten los
en volgden hem.
19 Toen hij iets verder gelopen was,
zag hij Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en Johannes, zijn broer.
Ook zij waren bezig hun netten in orde te brengen.
20 Meteen riep hij hen
en zij lieten hun vader in de boot achter met de gehuurde knechten
en zij gingen weg, hem achterna.
21 En 20) zij gingen 21) Kapernaüm in.
En direct 22) ging 23) hij op de sabbatdagen de synagoge in
en leerde 24).
22 En zij verbaasden zich 25) over zijn leer,
want hij was hen aan het leren 26) als gezaghebbend 27)
en niet zoals de schriftgeleerden.
23 En al snel 28) was er
in hun synagoge
een mens 29) met een onreine geest
luidkeels aan het roepen 30):
24
31)Wat hebben wij met jou te maken 32), Jezus de Nazarener?
Ben je gekomen om ons te vernietigen?
Ik weet wel wie je bent: de heilige van God!.
25 Maar Jezus bestrafte 33) hem:
'Zwijg 34)
en ga uit hem weg'.
26 En de onreine geest schudde hem door elkaar 35)
en met een enorm geschreeuw 36)
ging hij uit hem weg.
27 Allen verwonderden zich 37)
zodat ze met elkaar in discussie gingen 38):
Wat is dat toch?
Een nieuwe leer met gezag!
Zelfs de onreine geesten geeft hij bevelen,
en zij gehoorzamen hem.
28 En het gerucht over hem ging direct 39) rond
overal in de hele omgeving van Gallilea 40)
29 En 41) meteen 42) waren ze eruit gegaan, de synagoge uit,
ze kwamen in het huis van Simon en Andreas,
samen met Jakobus en Johannes.
30 Maar de schoonmoeder van Simon lag neer 43), met vurige koorts 44),
en meteen praten ze met hem over haar.
31 En hij kwam naar haar toe,
hij wekte haar op 45)
door haar hand te grijpen.
En de koorts verliet haar,
en zij diende hen 46).
32 Het was avond geworden -
toen de zon was ondergegaan,
brachten ze bij hem allen die er slecht aan toe waren
en door demonen bezeten.
33 En heel die stad was er,
verzameld bij de deur.
34 En hij genas velen die er slecht aan toe waren,
door allerlei ziektes,
en veel demonen gooide hij eruit,
en hij liet niet toe dat de demonen spraken -
omdat ze van hem wisten...
35 En heel vroeg, in de nacht nog, was hij opgestaan,hij ging eruit,
hij ging weg naar een woestijnplaats
en daar was hij aan het bidden.
36 En Simon achtervolgde hem,
met hen die bij hem waren,
37 en ze vonden hem,
en dan zeggen ze tegen hem:
Allemaal zoeken ze u...!
38 En hij zegt tegen hen:
Laten we ergens anders heen gaan,
naar de naburige dorpen en steden,
dan kan ik ook daar verkondigen;
want daarvoor ben ik erop uitgegaan...!
39 En zo kwam hij om te verkondigen in hun synagogen,
in heel Galilea,
om de demonen eruit te gooien.
40 Er 47) kwam een melaatse 48) tot hem
die hem dringend 49) om hulp vroeg
[waarbij hij knielde]
en tot hem zei:
als u wilt kunt u mij rein maken 50).
41 Diep geroerd 51) strekte hij de hand uit,
raakte hem aan 52)
en zei tot hem:
ik wil het, word rein.
42 En meteen 53) verdween de melaatsheid van hem
en werd hij rein.
43 Toen viel hij stevig tegen hem uit,
en stuurde hem meteen weg.
44 Hij zei tot hem:
Zie toe dat je niemand iets zegt,
maar ga,
toon jezelf aan de priester 54)
en offer voor je reiniging
wat Mozes verordend heeft
als getuigenis voor hen.
45 Maar toen hij 55) weggegaan was
begon hij overal te roepen
en het woord 56) bekend te maken,
zodat hij 57) niet meer openlijk een stad kon binnengaan,
maar buiten moest blijven, op verlaten plaatsen.
Toch bleef men naar hem toe komen,
van alle kanten.

1vertaling van Klaas Eldering
2Vgl. Mal. 3:1
3Vgl. Jes. 3:1
4Vgl. Joh. 1:23
5Vgl. Ps. 2:7, Jes. 42:1
6vertaling van Kees Meijer
7gr.: euthus: terstond, direct, dadelijk, gelijk. Het woord dat de haast laat zien van de dingen die direct na elkaar gebeuren; een kenmerkend woord bij Marcus.
8presens
9overleveren/uitleveren/overhandigen/verraden. Er staat een passieve aoristus, die passieve vorm kan als 'gevangennemen' vertaald worden. In Lucas 24: 7 wordt de passieve aoristus als 'overleveren' in het Nederlands overgezet.
10presens
11presens participium
12grieks: kairos
13passieve perfectum
14actieve perfectum.
15gebiedende wijs, tweede pers. meervoud. 'metanoeoo': bekeren, omkeren, veranderen, boete doen
16gebiedende wijs, tweede persoon mv.
17onbekende vertaler
18in vs 16 en 19: het belang van de menselijke relatie, zoals in Genesis: de mens staat niet alleen, man-vrouw, man-broer, man-vriend, en dezelfde relaties vanuit de vrouw.
19'deute': 3x in Marcus: hier, kom achter hem aankomen; kom, naar een eenzame plek; en in een gelijkenis: kom, we gaan de erfgenaam doden.
20vertaling van Kees Meijer
21grieks: eisporeuomai: binnengaan
22grieks: euthus. Het woord komt in Marcus 41 maal voor; in LXX 4 keer, in de rest van het tweede testament 11 maal. Marcus is het evangelie van de grote haast.
23grieks: eisergomai: binnengaan, binnenkomen
24Oussoren: onderricht gaan geven.
25grieks: ekplessoo: verbazen, verwonderen. Willibrord: ze waren geestdriftig
26Mijn keuze was het om het letterlijke 'hij was ... hen lerende' te vertalen als 'hij was hen aan het leren' ipv het gebruikelijke 'hij leerde hen'.
27Oussoren: met volmacht. Gezaghebbend staat voor mijn gevoel dichter bij het Griekse: gezag hebbende.
28hier het Griekse 'euthus' als 'al snel' vertaald, waar ik in vers 21 nog voor 'direct' koos: direct waarna? Na de sabbatdagen of na de verbazing?
29Oussoren voegt direct na dit 'mens' het woord 'behept' toe
30voor het niet zo mooie, letterlijke 'er was een mens/man en hij riep luidkeels'. Oussoren: 'die krijst'.
31het Griekse begin 'legoon/zeggende' is in het vorige vers al vertaald als een ':'
32letterlijk vertaald: wat tussen ons en jou?
33letterlijk: vermanen, bestraffen, commanderen
34in het passief (zoals hier gebruikt wordt): zwijgen. In het actief: muilkorf omdoen/tot zwijgen brengen. Ik durfde niet te vertalen: 'Jezus commandeerde hem: muilkorf om en weg wezen!'
35letterlijk: heen en weer trekken/schudden, stuiptrekken. De Willibrord koos ook voor het door elkaar schudden. Hoe moet je de actieve aoristus anders vertalen? 'De onreine geest stuip trok hem.'? En het gebruikelijke 'deed hem stuiptrekken' is wel erg mechanisch.
36letterlijk: roepende met een grote stem
37grieks: tambeoo: verbazen, verwonderen. Te vertalen als een synoniem van het woord in vers 22. Willibrord: Ontzetting greep aan
38grieks letterlijk: discussiëren, disputeren, debatteren, argumenteren. Oussoren: 'dat zij bijna ruzie krijgen'.
39derde maal in dit stukje in het grieks: euthus. Het gaat dus allemaal met veel haast.
40Wat is de Willibrord vrij maar mooi: 'Als een lopend vuurtje ging zijn faam rond in heel Galilea'
41vertaler is Harry Pals
42de NBV vertaalt eerst 'euthus' met 'rechtstreeks' en laat het woord in 30 onvertaald
43'lag neer' - bijna zou ik vertalen 'was gevloerd'
44'koortsvuur' - zo NB
45NBV maakt associatie met 'opwekken' onmogelijk: 'hielp haar overeind' (Willibrord beter: 'liet haar opstaan')
46de NBV weet wat 'dienen' is: 'zorgen voor...'; Willibrord al niet beter: 'bedienen'
47vertaler onbekend
48Aan de 'huidvraat van de NBV kan ik niet wennen. Het gaat m.i. meer om het (maatschappelijk) stigma dan om de adequate diagnose van de ziekte van de man. 'Melaats' is dan geen verkeerde keuze
49parakaleo - troosten, vermanen. Naar mijn gevoel drukt het w.w. hier intensiteit uit, zoals troost en vermaning altijd communicatie zijn van hart tot hart. Vandaar 'dringend'
50Nota Bene, 'Het Boek' vertaalt hier 'genezen' - dán gaat het dus wél om de ziekte, en wordt het maatschappelijk stigma helemaal wegvertaald. 'Rein' is een sociale term, geen medische
51De intensiteit van vs. 40 heeft diepe gevolgen
52haptonomie!
53vgl. vs. 43, maar ook 29, 30, en de voetnoot dáárbij van Harry Pals
54lev 13:49
55de man? Marcus lijkt hier onduidelijk. Bewust? In leesrooster@yahoogroups.com schrijft Gert Knepper hierover: Met "auton" in 45b drukt de auteur uit dat het onderwerp van dat zinnetje een ander is dan de "ho" uit 45a. Nu is wel de vraag: wie is de "ho" uit 45a? Als 45b niet op Jezus zou slaan (maar op de ex-lepralijder, wat grammaticaal mogelijk is), dan moet 45a dus noodzakelijkerwijs wel op Jezus slaan. Ook dat is grammaticaal goed verdedigbaar, maar we krijgen dan dus de situatie dat de voormalige patiënt in 44 op het hart gedrukt krijgt niemand iets te vertellen; in 45 gaat Jezus evangeliseren en het verhaal (blijkbaar: de genezing) verbreiden (d.w.z. doen wat hij zijn patiënt uitdrukkelijk verboden had), met als resultaat dat de oud-leproos zich niet meer in de stad kan vertonen (waarom niet?) maar gedwongen is zich naar eenzame plaatsen te begeven, maar zonder enig resultaat want iedereen vindt hem daar toch wel. Grammaticaal allemaal volstrekt acceptabel, maar de opvatting met de genezene in de hoofdrol in 45a en Jezus in 45b is toch aanzienlijk logischer. Dat vertalingen "auton" in 45b met 'Jezus' weergeven is hun oplossing van een Nederlands probleem: voor een Griekse toehoorder is duidelijk dat "ho" (45a) en "auton" (45b) twee verschillende heren betreft; het Nederlands moet hier expliciteren.
56NBV: 'wat er gebeurd was'. Daarmee gaat echter het sprekende karakter van het gebeurde verloren. Gezien het krachtige gebruik door Marcus van het woord logos elders kies ik voor 'woord'
57Jezus (?)