+ + Oude Testament + Deuterocanonieke boeken + Nieuwe Testament
Marcus
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 58 %
Mar. 2
2:1 En 1) toen hij weer in Kafarnaüm was gekomen, na enige dagen,
hoorde men dat hij thuis 2) was.
2 En velen verzamelden zich
zodat zelfs de ruimte bij de deur hen niet bevatten kon
en hij sprak het woord tot hen.
3 En ze kwamen tot hem een verlamde 3) brengen
die gedragen werd door vier (mensen).
4 en omdat zij hem niet bij hem konden brengen
vanwege de schare
braken zij het dak open waar hij was
en na het weggekrabd 4) te hebben
lieten zij het bed neer waarop de verlamde lag.
5 En Jezus, hun vertrouwen 5) ziende,
zei tot de verlamde:
Kind, je zonden worden vergeven.
6 Nu waren daar enige schriftgeleerden
die zaten er en overlegden in hun harten:
7
Wat spreekt hij daar zomaar uit?
Hij lastert!
Wie kan zonden vergeven dan alleen de ene: God?
8 En terstond herkende Jezus door zijn geest precies
dat zij zo in zichzelf overlegden
en hij zei tot hen:
waarom overleggen jullie deze dingen in jullie harten?
9
Wat is gemakkelijker:
te zeggen tot de verlamde: je zonden worden vergeven
òf te zeggen: sta op, neem je bed op en wandel?
10
maar opdat jullie weten
dat de zoon van de mens (vol)macht heeft zonden te vergeven op de aarde
zei hij tot de verlamde:
11
jou zeg ik:
sta op, neem je bed op en ga naar je huis.
12 En hij stond op 6)
en terstond nam hij het bed op
en ging voor aller oog 7) naar buiten
zodat allen buiten zichzelf geraakten
en God verheerlijkten met de woorden:
13 En 8) hij ging er weer op uit,
langs de zee.
De menigte bleef naar hem toe komen
en hij leerde hen.
14 In het voorbijgaan zag hij Levi, zoon van Alfeüs,
op de tolplaats zitten,
en hij zegt hem:
Volg mij!
Hij stond op en volgde hem.
15 En het gebeurt,
als hij voor de maaltijd aanligt in zijn huis,
dat nog meer tollenaren en zondaren kwamen aanliggen
met Jezus en zijn leerlingen.
16 Want zij waren met velen,
en ook zij volgden hem!
En toen de schriftgeleerden en de Farizeeën zagen,
dat hij samen met zondaren en tollenaren at,
zeiden zij tot zijn leerlingen:
Met tollenaren en zondaren eet hij samen?
17 Als Jezus het hoort,
zegt hij tot hen:
Wie gezond zijn,
hebben geen dokter nodig,
maar wie er slecht aan toe zijn.
Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen,
maar zondaren.
18 Er waren ook leerlingen van Johannes en van de Farizeeën,
en zij hielden zich aan de vasten.
Zij komen en zeggen hem:
Waarom houden de leerlingen van Johannes en van de Farizeeën
zich aan de vasten,
maar uw leerlingen vasten niet?
19 En Jezus zei tot hen:
Kunnen de bruiloftsgasten vasten,
terwijl de bruidegom bij hen is?
Zolang zij de bruidegom bij zich hebben
kunnen zij niet vasten.
20
Er zullen echter dagen komen,
dat de bruidegom van hen weggenomen wordt,
dan zullen zij vasten,
in die dagen.
21
Niemand naait een lap van nog niet vervilte stof
op een oud kledingstuk.
Anders trekt wat voltooid was weer los
- het nieuwe van het oude af -
en de scheur wordt erger.
22
Niemand doet nieuwe wijn in oude zakken.
Want anders zal de wijn de zakken doen barsten.
En zowel de wijn als de zakken gaan verloren.
23 En het gebeurde,
als hij op de sabbath verder trekt
door het gezaaide,
dat ook zijn leerlingen terwijl ze onderweg zijn,
aren beginnen te plukken.
24 Toen zeiden de Farizeeën hem:
Zie, wat zij de sabbath aandoen,
wat niet toegestaan is!
25 En hij zegt hen:
Hebben jullie dan nooit gelezen,
wat David heeft gedaan,
toen hij in nood was en honger had,
hijzelf én die met hem waren,
26
hoe hij het huis Gods binnengegaan is,
bij Abjathar, de hogepriester,
en ‘de toon-broden’,
die alleen de priesters toegestaan zijn te eten,
en hij heeft ze gegeven
en aan hen die met hem waren.
27 En hij zei tot hen:
De sabbath is geworden vanwege de mens,
niet de mens vanwege sabbath.
28
Zo is de Zoon des mensen Heer,
ook over de sabbath.

1vertaling van Machteld van Woerden
2letterlijk: in huis. In ieder geval een plek, waar Jezus tijdelijk zijn 'thuis' had.
3paralutikos: iemand die 'halfzijdig' verlamd is en daarmee niet aan het gewone leven als mens kan deelnemen. Kan men ook overdrachtelijk beschouwen.
4Wegschrapen van de leemlaag die er op de daken lag, waardoor het dak geopend werd.
5Pistis wordt ook dikwijls met 'geloof' vertaald. Toch is er veel voor te zeggen om hier 'vertrouwen' te vertalen: het heeft te maken met het doen van een keuze.
6Pass. vorm van egeiro: opstaan, opwekken. Aldus vertaald om het verband met vs. 9 en 11. zichtbaar te maken.
7voor het aangezicht van allen, terwijl ieder toekeek. Niet: voor allen in de zin van: als eerste. Het komt erop aan, dat allen het zien, zoals ook uit het vervolg blijkt.
8vertaling van Leen de Ronde